Bron: X
Het hoe en waarom van het Brusselse steunplan voor de staalsector
De Europese staalsector piept en kraakt en Brussel reikt de helpende hand. Een overzicht van de belangrijkste actiepunten uit het uitgelekte plan.
Deel via X
In het kort
- De Europese Commissie presenteert woensdag een actieplan voor de worstelende staalsector.
- Met de onzekere geopolitieke verhoudingen ziet de EU een gezonde Europese staalsector als prioriteit.
- Het tackelen van hoge energieprijzen en ongelijke concurrentie met andere regio’s staan centraal, zo blijkt uit het uitgelekte plan.
Brussel schiet de Europese staalbedrijven te hulp. De sector heeft steeds meer moeite om te wedijveren met andere regio’s, China voorop, en is volgens de Europese Commissie te belangrijk om aan zijn lot over te laten. Zeker voor een landenblok dat minder afhankelijk wil zijn van andere producenten.
Woensdag komt de Commissie met haar actieplan voor de staalindustrie, waarvan het concept al is uitgelekt. De vijf belangrijkste elementen op een rij.
1. Waarom is staal zo belangrijk voor de EU?
Het metaal is de basis voor een groot aantal producten die in veel sectoren wordt gebruikt, waaronder de bouw, de autoproductie, windmolens en defensiematerieel. Landen willen daarom het liefst een eigen staalproductie hebben. Om die reden zijn ook de Hoogovens - tegenwoordig Tata Steel Nederland - opgericht.
Met de onzekere geopolitieke verhoudingen en de handelsoorlog die president Trump heeft ontketend, ziet de EU een gezonde Europese staalsector als prioriteit. Maar in de afgelopen jaren nam de concurrentiekracht juist af door hoge productiekosten en de overvloed van goedkoop Chinees staal. Een stimulerend beleid kan de Europese staalsector dus goed gebruiken.
In 2019 werd in de EU nog ruim 150 miljoen ton staal geproduceerd. Vorig jaar was dat geslonken tot circa 130 miljoen ton, een daling van ruim 13%. Volgens brancheorganisatie Eurofer was in 2023 het aandeel in de wereldproductie 6,8%, waar dat in 2019 nog 8,5% was.
Een steun in de rug is ook nodig omdat de komende jaren fors geïnvesteerd moet worden in een schonere productie. Daarbij zal de stroomconsumptie sterk toenemen.
2. Hoe zijn de hoge energieprijzen te drukken?
Staalproductie is energie-intensief. Het maakt dan nogal wat uit dat elektriciteit in Europa twee tot drie keer zo duur is als in de Verenigde Staten en gas zelfs vijf keer. ‘Toegang tot goedkopere elektriciteit is daarom cruciaal’, staat in het document van de Commissie.
Lidstaten worden opgeroepen alles te doen wat binnen de huidige regels kan om die kosten naar beneden te brengen, al lijkt dat nergens te worden afgedwongen.
De Commissie oppert bijvoorbeeld dat nettarieven voor de energie-intensieve industrie omlaag kunnen. In Nederland liggen die nog eens een stuk hoger dan in omringende landen, omdat compensatieregelingen zijn afgeschaft die elders nog gelden. Duitse bedrijven krijgen bijvoorbeeld kortingen tot wel 90%. De industrie kijkt nu reikhalzend uit naar de voorjaarsnota, en de hoop is dat daarin ook maatregelen staan om deze kosten voor Nederlandse bedrijven te verlagen.
Daarnaast stelt Brussel voor dat energie-intensieve bedrijven voorrang kunnen krijgen op het stroomnet. In Nederland geldt dit nu alleen voor sectoren met een groot maatschappelijk belang, zoals scholen en ziekenhuizen. Daar is al veel gedoe over, laat staan als de staalsector mag voordringen. Vooralsnog lijkt dat overigens niet aan de orde. Zowel netbeheerder TenneT als Tata Steel laat weten dat het bedrijf geen last heeft van het volle stroomnet. Het kan in de toekomst ook direct op een windpark op zee worden aangesloten.
3. Hoe kan groen staal concurrerend worden gemaakt?
Staal valt onder de CO2-grensheffing van de EU, CBAM in jargon. Voor import van deze producten moet vanaf 2026 dezelfde CO2-prijs betaald worden die producenten in de EU kwijt zijn. Zo moet een gelijk speelveld ontstaan.
De praktijk is weerbarstiger, klaagt de sector echter. Zo gaat CBAM over ruwe producten, maar niet over afgeleiden daarvan. Dus wel staal, maar niet de koelkast waarin staal is verwerkt.
Ook kunnen bedrijven van elders besluiten hun groene producten naar de EU sturen en hun vervuilende producten naar andere regio’s. Dan is het klimaat nog niet geholpen. Tot slot wordt de export van Europese producten niet beschermd door CBAM.
Brussel wil dit herstellen. Bepaalde eindproducten moeten bijvoorbeeld ook onder CBAM gaan vallen en omzeiling wordt aangepakt. De Commissie belooft tevens ‘een oplossing’ voor het exportprobleem, ook al zei de vorige Commissie steevast dat dit juridisch niet kan.
GroenLinks-PvdA-Europarlementariër Mohammed Chahim was nauw betrokken bij de totstandkoming van CBAM. Hij zegt: ‘We moeten de staalsector helpen vergroenen, een stevige CBAM hoort daarbij. Maar we moeten oppassen met exportsubsidies.’
Uitbreiding van CBAM met eindproducten vindt Chahim een ‘mooi signaal, maar niet makkelijk’. Het leidt tot extra administratie, waarschuwt hij.
4. Wat te doen tegen overaanbod uit China?
Waar de Europese staalproductie vanwege de zware concurrentie is afgeschaald, draaien fabrieken elders op volle toeren. Dat heeft geleid tot een mondiaal overaanbod, dat – op zoek naar een markt – in Europa terechtkomt. Vooral Chinees staal weet die weg goed te vinden.
De recent ingevoerde importheffingen van de VS van 25% op staal zullen die trend nog eens verstevigen, vreest de Commissie. Het wordt dan nog lastiger voor Europese staalproducenten om het hoofd boven water te houden.
Brussel heeft sinds 2018 beschermingsmaatregelen opgetuigd die erop neerkomen dat er quota zijn voor staal. Wie meer wil invoeren moet daar extra heffingen voor betalen. Die maatregelen lopen tot 30 juni 2026 en de Commissie wil deze verlengen.
Daarbij moet tevens een lek gedicht worden. Er is namelijk ‘een groeiende trend’ zichtbaar van bedrijven die de Brusselse beschermingsmaatregelen weten te omzeilen. Zij voeren het laatste stukje van de staalproductie uit in een land waarvoor de beschermingsmaatregelen niet gelden, en voeren hun product vervolgens zonder die barrières de EU in.
De Commissie wil dit tegengaan door een zogeheten melted and pured rule: dan geldt de plek waar het metaal gesmolten is als land van herkomst en niet de plek waar het vervolgens is afgewerkt.
5. Welke plannen heeft Brussel voor metaalschroot?
Momenteel is er in Europa een tekort aan metaalschroot – onbruikbaar of overbodig metaal dat nodig is voor recycling. De EU wil juist een boost wil geven aan metaalrecycling, waaronder ook voor de staalsector. Zij stelt daarom exportheffingen voor op metaalschroot. Ook moeten er als tegenmaatregel exportbeperkingen komen op schroot naar landen die diezelfde export naar de EU beperken.
Om de vraag naar afgedankt metaal te vergroten, wil Brussel onder andere de kwaliteit van schroot verbeteren. De vraag naar essentiële metalen is al hoog door de groeiende defensie-industrie en de opkomst van hernieuwbare energie, maar het gebruik van recycling bij de productie van die metalen blijft achter.
De Europese metaalindustrie ziet al langere tijd heil in recycling, in verband met de gestegen energieprijzen en de afhankelijkheid van het buitenland. Brussel ziet recycling vooral ook als middel om aan duurzaamheidsdoelstellingen te voldoen.